Een klassieker die altijd gegeten kan worden. Als voorgerecht maar ook zeker tijdens de lunch misstaat deze niet op tafel. Dit kun je zowel zo als op een vers broodje serveren.
Leg de rundercarpaccio op een mooi plat bord. Meng de rucola en de basilicumblaadjes en leg in het midden van de carpaccio.
Bak de pijnboompitten in een droge pan op middelhoog vuur tot deze goudbruin zijn, blijf bij de pan staan, het kan snel gaan. Laat de pijnboompitten afkoelen op een schaaltje (niet in de pan) en zet apart.
Verdeel wat basilicummayonaise – kan in een spuitzak of met een lepeltje – in dotjes over de carpaccio. Strooi de Parmezaansnippers en pijnboompitten daaroverheen. Garneer het geheel met wat tuinkers en breng indien gewenst op smaak met versgemalen zwarte peper. Smakelijk!